Bollen en knollen

In 2000 is de achterste tuin op de Boulevard aangelegd bestaande uit bollen en knollen. Voor de vormgeving van deze tuin is gebruik gemaakt van diagonalen dit bepaald de bestratingsrichting en is aangezet met hagen. Hierdoor ontstaan er rare hoeken in de plantvakken wat op een speelse manier is opgelost.

Er is gebruik gemaakt van verschillende soorten zomerbloeiende bollen en knollen in combinatie met vaste planten. Ook hier is de indeling gemaakt op kleur, er is een deel met alles wat met roze en lila te maken heeft, een deel met wit en crème en het middengedeelte wordt bepaald door geel, oranje en rood. Daarnaast een klein hoekje met abrikoos- zalmkleur daar zijn namelijk niet veel planten in te vinden.

In de eerste jaren van deze bollen en knollentuin werd er gebruik gemaakt van half hoge gladiolen. Probleem met deze bollen is dat ze maar een twee jaar op de zelfde plek kunnen staan i.v.m. ziektes in de grond. Na twee keer alle grond in de bollen en knollen tuin waar de gladiolen stonden vervangen te hebben door nieuwe schone grond is besloten niet met de gladiolen verder te gaan maar voor andere bollen en knollen te kiezen.

In 2006 hebben wij voor het eerst een experiment gedaan met het doormengen van sieruien. In het najaar gingen ze de grond in, in mei-juni staan de meesten prachtig in bloei. Er staan nu 15 tot 20 soorten in allerlei kleuren en hoogtes. De meeste uienbollen moeten in oktober of november worden geplant. Onderzocht werd hoeveel uienbollen er gebruikt moeten worden om een goede menging met vaste planten te krijgen én te houden. Het blad van de sieruien sterft namelijk heel vroeg af en is niet erg fraai. Zonder combinatie met andere planten ontstaat er dus al heel vroeg in het seizoen een kale plek, waardoor onkruid groei plaats vind. Wij vinden het dus noodzakelijk een zodanige combinatie met vaste planten te vinden dat die het alliumblad  en vervolgens de kale plek bedekken. Er is nu al geleerd dat er goed gekeken moet worden naar het aantal bollen per vierkante meter want ook de vaste planten hebben licht, lucht en ruimte nodig om te kunnen groeien. Het werd al snel duidelijk dat wij in eerste instantie de uien te dicht op elkaar hadden staan, waardoor de vaste planten geen kans kregen om te groeien. Wij hebben vervolgens in het najaar de bollen  uitgedund om ook de vaste planten de benodigde ruimte te geven.

Naast de Alliums zijn er op diverse plaatsen nu ook Bellevalia, Brimeura, Camassia, Chinodoxa, Eremurus, Erythronium, Frittilaria, Iris, Leucojum, Lilium, Begonia en Muscari in soorten te zien. Naast het assortiment van Dahlia’s, Eucomissen (ananasplanten), gemberplanten en Canna´s die er al een aantal jaren aanwezig zijn. In het voorjaar en in de zomer zijn de meeste bollen en knollen op zijn mooist. De dahlia’s echter blijven tot aan de vorst mooi, Dahlia’s zijn erg dankbaar; niet gevoelig voor ziekte en plagen, kunnen elk jaar op het zelfde plekje en bloeien eindeloos door. Één nadeel hebben ze…. in de meeste gevallen moeten ze vorstvrij overwinteren.