Grassentuin

Anno 2006 werden siergrassen nog maar mondjesmaat toegepast in de tuinkunst. Echter het sortiment is sinds dien sterk uitgebreid. In een poging deze wat beter te leren kennen en om nieuwe combinaties te proberen is in 1999 onze grassentuin ontstaan.

Er heerst in de grassentuin een dromerig sfeertje. In juni kan reeds genoten worden van de eerste bloeiers, de Deschampsia’s en Stipa. Daarna volgende vele Mischathus, Panicums, Molinia’s, Cortaderia’s e.a. . Het ruisen ruisen van de aren en halmen in de wind zorgt voor een rustgevende sfeer. In de herst kan er genoten worden van de prachtige herfsttinten en ’s winters zijn er de prachtige wintersilhouetten.

In de grassentuin zijn een twintig-tal van de meest winterharde bamboes geplant. De ontwerpers van Goedegebuure Tuin- en Landschapsarchitecten hebben een originele oplossing gevonden om kruipende/woekerende bamboes op hun plaats te houden: de bamboes zijn in 70 cm diepe kunststofpotten geplant met daar omheen zinken kokers. Effectief en decoratief, iets om te onthouden.

Door gebruik te maken van een totaal afwijkende vormgeving van het ontwerp “cirkels en cirkeldelen” is een bijzondere sfeer opgeroepen en kan nieuwe inspiratie voor gebruik en vormgeving en materiaal worden opgedaan. Deze cirkels komen behalve in de bestrating ook terug in de genoemde potten waarin de bamboes opgesloten zijn, en in de rekken voor de klimplanten. Deze rekken zijn vanwege het contrast begroeit met verschillende soorten Hedera. De bakken en rekken zijn van zink en verzinkt staal omdat dit mooi combineert met de kleur en textuur van de grassen.

In het moderne tuinieren mogen siergrassen een steeds groter terrein inpalmen. Zeggesoorten, smele, prachtriet, lampenpoetsergras, vedergras, pijpenstrootje en vingergras pronken met hun mooiste halmen en filteren het strijklicht van de herfst. Grassenborders geïnspireerd op bermen met hier en daar een kleurrijk accent zijn vooral uit Duitsland komen overwaaien. Karl Foerster en zijn leerling Ernst Pagels behoren samen met de Amerikaan Wolfgang Oehme tot de voornaamste pioniers. De belangrijkste eigenschappen van siergrassen zijn de vorm en textuur, de kleur van het blad komt pas op de tweede plaats, want bontbladige soorten leiden alleen maar af van hun subtiliteit en elegantie.

 

“Hoe is het mogelijk dat deze tuinjuwelen (siergrassen) zo lang over het hoofd zijn gezien”. Deze woorden van Karl Foerster; een bekende Duitse kweker, dateren uit 1957 ( Einzug der Gräser und Farne in die Gärten, de intocht van grassen en varens in onze tuinen).

In die tijd was men zich niet voldoende bewust van de bijdrage die siergrassen zouden kunnen leveren. Een plantengroep met de niet geringe functie om de mensheid van zijn dagelijks brood te voorzien. Het duurde nog lang voordat ze niet alleen als voedsel voor het lichaam, maar ook als voedsel voor de ziel werden erkend.