Leen Goedegebuure

Leen Goedegebuure

Als eigenaar en oprichter van Kijktuinen Nunspeet beweegt Leen Goedegebuure zich voortdurend op de grens tussen tuinarchitect en plantenmens. In zijn studietijd kreeg hij wel eens het verwijt dat hij meer met details, de planten, dan met de grote lijnen bezig was. Dat heeft hem er niet van weerhouden om zijn sporen te verdienen in de tuin- en landschapsarchitectuur. Voorbeelden hiervan zijn overal bij grote tuinprojecten, kantoortuinen en gemeenten te vinden. Die combinatie voor detail en grote lijnen leerde hij ondermeer van de bekende Mien Ruys waar hij in de zeventiger jaren van de vorige eeuw stage liep. Leen: “Soms mocht ik wel eens mee naar een opdrachtgever. Ik was dan chauffeur, want mevrouw Ruys had geen rijbewijs. Ik mocht dan ook gewoon bij de bespreking zijn en het gebeurde wel eens dat ze op de terugweg zei: “Leen, heb je het gehoord? Ik mag weer geen geelbloeiende planten toepassen”. De kleur geel was toen not done!”

Het voordeel van het in grote lijnen kunnen denken en toch de details de aandacht geven, bleek een paar jaar geleden. Toen kwam er voor een verpleeghuis de opdracht een tuin te ontwerpen waarin ook groente en fruit een plek moesten krijgen. De bewoners kwamen uit de omgeving waarin veel fruit geteeld werd. Door in de tuin fruit en groenten op te nemen, bleef de binding met hun oude vertrouwde omgeving. Het fruit en de groenten zijn niet alleen maar sier, maar worden ook in de keuken gebruikt.

Oprichting Kijktuinen Nunspeet

Al in zijn studietijd maakte Leen Goedegebuure met collega’s reizen naar tuinen in Engeland en Italië om de ontwerpen te bestuderen maar ook om, zoals in Sissinghurst en Great Dixter, het plantensortiment en hun toepassing te leren en toen hij zich in Nunspeet vestigde, begon hij in de eigen tuin met planten te experimenteren.

Op een bepaald moment was de tuin bij het huis te klein voor alle steenmonsters en planten. En klanten wilden ook wel eens zien hoe een ontwerp er in het echt uit zou zien. Dat was de aanzet voor de huidige Kijktuinen. Het is een langgerekt perceel omsloten door de al genoemde hagen die ‘ontleend’ zijn aan het landschap en daarbinnen zijn met lagere, regelmatig geknipte hagen tuinkamers gemaakt. Het zijn kijktuinen, maar ook ideeëntuinen, proeftuinen, voorbeeldtuinen en tuinen om gewoon in te verpozen als je op de Veluwe met vakantie bent.

Borders op kleur

Plantenmensen vallen op de borders in kleur die hier gemaakt zijn. De door Leen Goedegebuure traditioneel opgezette borders, oplopend van laag naar hoog en met een rustige achtergrond in de vorm van een heg zijn met name in de zomermaanden blikvangers. Tijdens ons gesprek legt Leen uit dat het ontwerpen van dergelijke borders veel kennis van de planten vraagt. Als je een border in geeltinten maakt, moet je wel zorgen dat je kiest voor planten die elkaar in bloeitijd minstens overlappen zodat ze enige tijd samen voor kleur zorgen. Ook is het belangrijk dat je weet hoe hoog de planten worden. Daarvoor moet je het sortiment kennen, maar ook de grondsoort in je tuin. Het hoogtepunt van de borders is de zomer en nazomer.

Voor een eventuele herbloei kun je de daarvoor in aanmerking komende planten na de bloei afknippen, maar voor de planten zelf maakt het niets uit of je ze wel of niet afknipt. De planten hebben bloemen om voor nageslacht te zorgen en niet voor de mens om er van te genieten. Dat is een mooie bijkomstigheid maar niet de functie van bloemen.

Strakke tuinen en natuurlijke onderdelen

De heggen en verschillende pergola’s zorgen voor de grote lijnen. Op verschillende plekken zijn poortjes van in boogvorm geleide heesters of rozenbogen die de nieuwsgierigheid prikkelen om verder te lopen. Strak oogt bijvoorbeeld de seizoentuin met drie ovale vijvers bekleed met lood. Planten aan weerszijden van de vijvers voegen een luchtig en minder strak accent aan het geheel toe. Strak van aanleg is ook het zogenaamde Plaza Alhambra dat gebaseerd is op de Moorse tuinen in Granada. De muren met daarin vensters waardoor je naar de andere tuindelen kunt kijken, de fonteinen en de vijver roepen sterk de sfeer van het mediterrane zuiden op.

Hoewel de grassentuin en de kruidentuin in aanleg ook een duidelijke ‘tekentafeluitstraling’ hebben met vierkanten, cirkels en relatief veel verharding, tonen ze in werkelijkheid heel organisch. De planten, en dan met name de grassen en de hogere kruiden, laten zich niet in een keurslijf van rechte of gebogen lijnen persen en groeien en vallen zoals zij dat willen. Als bezoekers kun je met die kennis gewapend, je voordeel ook in eigen tuin doen!

Een speciaal plekje is de schaduwtuin met daarin een grote waterpartij. Frappant is het gebruik van grootbladige planten in combinatie met veel ijlere, luchtiger soorten. Het is een tuin waar je vormen en structuren blijft ontdekken.

De echte plantenmens blijft zeker langere tijd in de veentuin en de rotstuin. Speciale aandacht legt Leen Goedegebuure hier vaak op de schitterende Paris van 1,25 m hoog en begin augustus getooid met prachtige bloemen. Vermoedelijk Paris polyphylla, maar daar verschillen tot nu toe de meningen. De meeste schaduwplanten in de veentuin zijn al uitgebloeid, begrijpelijk want schaduwplanten bloeien meestal voor de bomen in het blad staan. Reden om in het voorjaar ook nog eens te komen kijken! De rotstuin heeft een echte rots met een waterval, er staat een klein kasje in, een zogenaamde alpiene kas met hooggebergte-kleinoden. In de wand van de rots ontdek ik Ramonda myconi, een bijzondere soort uit de Pyreneeën die zeer gewild is bij rotsplantenliefhebbers.

Moestuin en moerplantenbedden

Niet weggestopt achter een hek of zelfs buiten het zicht gehouden, nee, juist prominent aanwezig in de tuinen zijn de moerplantenbedden. Hier worden de nieuwe aanwinsten uitgeplant om te kijken hoe ze zich hier ontwikkelen, hoe de bloeirijkdom of de hoogte is. Als ze waardevol voor de tuin blijken te zijn, worden ze gescheurd of gestekt en later in de thematuinen aangeplant.

In de moestuin staan gewone maar ook vergeten en ouderwetse groenten. Gele bietjes in plaats van rode, nog lekkerder dan de bekende rode! Diverse soorten kool en sla. Soms staat er van een soort teveel om op te eten en mogen de planten doorschieten. Ze gaan dan bloeien en voegen een element aan de moestuin toe. Prachtig zijn de doorgeschoten slaplanten en bloeiende kolen geflankeerd door de robuuste palmkool. Het plaatselijke restaurant PRIMA mag hier de groenten halen en als tegenprestatie komt men 3 x per jaar op zaterdagmiddag koken in de tuin, een zogenoemde PRIMAdag.

Kwekerij

De planten in de thematuinen groeien groter en groter en ze moeten daarom regelmatig gescheurd en verjongd worden. Al het overtollige materiaal kun je op de composthoop gooien, maar als je er iets meer moeite voor doet, het oppot en van etiketten voorziet, kun je het weer verkopen. Nadat enkele grote kwekerijen met veel bijzondere soorten de laatste jaren de deuren gesloten hebben, vond Leen het tijd worden om zelf een kwekerij te starten waar hij de ruim duizend soorten die in de Kijktuinen staan ook te koop heeft. Het vraagt weer een andere manier van werken. Je moet veel exemplaren van een soort hebben, want anders moet je te vaak nee verkopen. Er wordt naar gestreefd om zoveel mogelijk alles zelf te kweken, maar van sommige soorten is gewoon te weinig en dat wordt dan ingekocht. De plantenmens Leen wint het soms van tuin- en landschapsarchitect Goedegebuure.

En dan nog het vermaak

Een blotevoetenpad van oude bestratingsmaterialen, blubber, gras en een oude lopende band. Boomstammen, stobben en takken waar je over kunt lopen en door heen kunt sluipen. Rioolbuizen die ondergrondse loopgraven voorstellen… Een maïsdoolhof en enkele kleinere doolhoven. Als papa en mama naar de Kijktuinen gaan willen de kinderen wel mee! Zorg wel voor een oud kleed achter in de auto, want na een middag in dit natuurspeelparadijs zijn de kinderen soms te vies om aan te pakken. Maar genoten hebben ze!